Lange verhalen kan ik erover schrijven, maar meestal duurt het maar even.
Afscheid nemen.

Voor iedereen wel iets herkenbaars. Bij overlijden is het afscheid voorgoed maar in veel gevallen heeft afscheid nemen een andere lading.
Afscheid nemen op je werk, omdat je je wereldbaan gevonden hebt of een cliënt waar je de zorg afsluit. Afscheid nemen van school na het behalen van je diploma of afscheid nemen van iemand die verhuist. En je buren op de camping uitzwaaien als je terug naar huis gaat. Kortom, er zijn vele vormen van afscheid nemen.
Ik ben er geen held in en ook nooit geweest. Afscheid nemen is zeg maar niet mijn ding.
Voor mij is het belangrijk dat het luchtig blijft, zodat mijn tranen het niet winnen.

Afscheidskaartje

Vandaag neem ik afscheid van de arts die Pip behandelde toen zij anderhalf jaar geleden binnen werd gebracht in het ziekenhuis. Voor hem zijn werk, voor ons iets om nooit te vergeten. Al langere tijd spraken we erover om een bedankje te sturen. Een simpel kaartje met onze woorden, ervaringen en een mooi dankjewel. Aangezien ik voor een controle toch richting het ziekenhuis ging was dit een goede gelegenheid om actie te ondernemen. De avond van tevoren gingen we er samen voor zitten. We zochten de goede woorden om het echt af te sluiten en om alles gezegd te hebben.
Herinneringen werden opgehaald en met een lach en een traan vlogen de woorden op papier. Het kaartje was er klaar voor. Nu ik nog.

Meneer kaartje

Ik heb die dag een controleafspraak in het ziekenhuis. Niets spannends, maar een perfect moment om het bedankje af te leveren. Met de kaart tussen de luiers in mijn tas geklemd, loop ik hand in hand met Pip naar binnen.
De arts waarmee ik een afspraak heb, is niet de arts waar het kaartje voor bestemd is. Laten we die voor het gemak even “meneer kaartje” noemen. Ik ga het dus afgeven zonder contact te hebben met “meneer kaartje” en het ziekenhuispersoneel zorgt ervoor dat het op de goede plek terecht gaat komen. Tenminste, dat denk ik nu.

Na de strenge coronacheck komen we aan op de afdeling. De vrouw achter de balie herkent ons en zegt dat ze ons al had verwacht. We mogen doorlopen om verderop plaats te nemen. Ik plof neer op een bankje terwijl Pip rondloopt alsof ze in een pretpark is. In mijn ooghoeken zie ik wat mensen lopen. Ik kijk nog een keer goed en tot mijn verbazing zie ik daar “meneer kaartje” lopen.  Snel draai ik mijn hoofd weg. Best gek eigenlijk, want hij gaat me echt niet herkennen. Wij zijn er één uit duizenden. Even twijfel ik nog om onder het bankje te kruipen, maar gelukkig was ik nog net verstandig genoeg dat te laten. Na een minuut worden we geroepen. “Pip, kom maar” roept de assistent.

De ontmoeting

Ik sta op van het bankje en loop braaf achter Pip aan naar een kamertje. Vluchtig kijk ik nog even rond of “meneer kaartje” ergens opduik, maar hij is in geen velden of wegen meer te bekennen. Omdat ik zeker wil weten dat het bij hem terecht komt, besluit ik de assistent die ons riep mee te nemen in mijn complot.
“Ik heb hier een kaartje voor de dokter”, zeg ik zo koel als ik kan tegen de assistente. “Zou je dit aan hem kunnen afgeven?”.
Enthousiast vertelt ze dat hij toevallig op de afdeling rondloopt. “Zal ik hem even roepen?”

Ik probeer mijn gezicht te ontspannen en zeg heel stoer “Nee hoor, het is zomaar een kaartje en het is niet nodig om het persoonlijk af te geven”. Ik hoop dat ze het hierbij laat. Mijn hart gaat tekeer en gelukkig doet ze wat ik vraag. Ze stopt het kaartje in het zakje van haar werkkleding. Pip krijgt nergens iets van mee en staat inmiddels in haar romper de show te stelen. Ideaal, dan kan ik tenminste rustig mijn toneelstuk afmaken.

De arts waarmee we een afspraak hebben komt binnenlopen. Laten we snel de afspraak starten, des te sneller sta ik weer veilig buiten, schiet het door mijn gedachten.
De arts gaat zitten en maakt contact met onze vechter.
Ze is trots op Pip. Onze vechter is goed gegroeid en ziet er gezond uit. Een bevestiging van wat we eigenlijk zelf al wel dachten. Maar toch is het altijd fijn als dit nog eens gezegd wordt. Terwijl ik Pip weer aankleedt, wordt er op de deur geklopt. Even denk ik dat de assistente iets vergeten is. Ik kijk in het rond of ik rondslingerende spullen zie liggen, maar behalve de houten dieren van Pip is er in de ruimte niets te vinden dat er niet thuishoort.

Afscheid zoals het hoort

Zodra de deur openslaat zie ik het meteen. Het is meneer kaartje. Hij staat met een envelop in zijn handen in de deuropening. Geen weg terug voor schijtluis mama.

“Ik wil je toch even persoonlijk komen bedanken voor het kaartje”. Jaloers kijk ik zijn kant op en ik weet dat ik ook niets liever had gedaan. Persoonlijk iemand aanspreken en er niet voor wegduiken. De eerste traan wringt zich al naar buiten. Precies waar ik al bang voor was. “Dankjewel”, zeg ik met een bibberende stem. Inmiddels heeft de traan zich naar buiten gewurmd en zijn er wat vrienden bij hem aangesloten. Ik laat het  gebeuren; het is zoals het is. Ik hoor hem zeggen dat het ook op hem indruk heeft gemaakt. Waar ik altijd dacht dat dit gewoonweg zijn werk is, is deze invulling toch niet helemaal juist.
“Fijn om jullie zo te zien”, zegt hij. We praten samen even na over de gebeurtenis en de spanning. Hij bedankt me voor het kaartje en ik?
Ik bedank hem, kijk hem aan en zeg hoeveel dit voor ons betekend heeft. Trots kijk ik naar Pip en neem ik afscheid van een gebeurtenis die ons altijd zal bijblijven.

Slide background

Mis niets!

Schrijf je in op de nieuwsbrief en ontvang alle nieuwe blogs

Eens in de twee weken komt er een nieuw verhaal over het leven en overleven met onze drieling. Met een lach, een traan en de nodige humor.

SIENTJE

Tess, Janne en Pip

Zwanger van 3 meisjes! Lees op deze website alles over het leven van een drielingmoeder.