Met hun eigen tweeling clubjes, tweelingboeken en tweeling dagen, doe toch normaal dacht ik dan. 

Toen mijn vijfde zwangerschap een tweeling bleek te zijn was ik geschrokken maar ik was vooral overtuigd van het feit dat ik dat heus ook wel kon. En daar had ik echt geen soortgenoten bij nodig. Ik had immers al lang geleerd om mijn aandacht tussen vier kleine kinderen te verdelen. Ik kreeg immers de eerste drie kinderen in drie jaar, en had nog een kleuter rondlopen, moeilijker kon het toch niet worden met een tweeling? Maar dat werd het dus wel.

Twee kinderen tegelijk voeden, troosten en verschonen ik vond het een ramp.

Er was er altijd eentje die moest wachten en dus hartverscheurend aan het krijsen was. In een poging zo snel mogelijk de ander op te pakken deed ik alles in de zesde versnelling en kon ik er nooit van genieten. De andere kinderen moesten ook wachten maar die waren ouder, die konden zich even vermaken. En bij uiterste nood was er altijd nog de tv en kon ik op ieder gewenst moment mijn kinderen onschadelijk maken door de tv aan te zetten. De kleurige klereherrie van Nickel odeon zorgde dat ze wegzakte in een kunstmatig coma waardoor ik zeker een half uur mijn handen vrij had. Maar twee baby’s geven niet om tv, baby’s kunnen niet wachten, hun gekrijs gaat door merg en been en stopt pas als je klaar bent met de ander.

Zelfs de bezoeken aan het consultatie bureau vroegen extra aandacht.

Met dat enorme slagschip dat een tweelingwagen is, bezette ik het volledige bureau. Voor de prikken had ik niet één maar twee verpleegster. Want niks is zo zielig als de één de ander hartverscheurend hoort huilen. Dus prikte we tegelijkertijd en lieten ze dan samen huilen, wel zo gezellig. En zo kwam ik er langzaam achter dat voor elk probleem een oplossing was, alleen lagen de oplossingen ondanks mijn ervaring met de eerste vier kinderen niet voor de hand.

Het stereo huilen loste ik op door het kopen van twee wipstoeltjes die ik met mijn voet kon wiebelen. Dan kon ik een kind aan de borst houden of de fles geven en de ander ondertussen met mijn voet tevreden wiebelen. Het werkte ook bij het bad en het avondeten. Het ziet er werkelijk niet uit twee baby’s onder tafel, en het is inderdaad levensgevaarlijk om een kind te badderen op een been. Maar ze waren wel stil.

Tegen de tijd dat ze begonnen te kruipen kreeg ik te maken met het oude geit-kool-wolf principe.

Je weet wel, dat verhaal van die man met een wolf, een geit, en een kool. Hij moet de rivier oversteken, en er is een kleine roeiboot waarin hij slecht 1 ding kan vervoeren. Maar als hij de wolf bij de geit laat eet de wolf de geit op, etc. Ik was de roeiboot en de tweeling en al hun spullen waren de wolf, de geit en de kool. Hoe moest ik mijn kinderen verplaatsen zonder dat de andere tweeling helft mij een hartverzakking bezorgde door de trap op te klimmen, uit de fietskar te vallen of de klep van de piano op haar handen dicht te trekken? Dus verplaatsen ik de tweeling van bed, kinderstoel (met tuigje) box, en vervolgens weer naar bed.  Hoogtepunt van de dag was een rondje in de kinderwagen (vijfpuntsgordel) naar de plaatselijke kinderboerderij. Vast gesnoerd is bij een tweeling gewoon vanaf het moment dat ze gaan kruipen tot een jaar of vier het veiligst voor mij, hun omgeving en voor hunzelf.

Ondertussen was mijn huis tot oorlogsgebied verklaard.

Koffie drinken met vriendinnen deed ik met mijn kop koffie achterop de tafel, een oog gericht op tweeling en de ander op mijn vriendin. Halverwege was ik vaak al de draad van het gesprek kwijt omdat ik steeds op moest staan om een kind uit de gordijnen te vissen, uit de vuilnisbak te halen, van een tafel te trekken of te behoeden voor een doodsmak van de trap.  Bij de eerste vier kinderen had ik genoeg aan een box, maar na de komst van de tweeling had mijn huis had meer hekken dan een gemiddelde dierentuin. En als ze niet rondliepen zaten ze bij mij op schoot. Met zijn tweeën. Dat begrijpt iedere tweelingouder. Einde gesprek.

Onwillige peuters, asynchrone dutjes en stereo huilen.

Het was een lastige periode waarin we continu opzoek moesten naar meer tijd voor ons zelf. Die brak aan toen de tweeling naar school ging. Er ontstond meer lucht. De kool-geit situatie was minder prangend geworden dus we konden meer ondernemen. Maar de volgende hindernis lag alweer op de loer. Opvoedkundig val je met een tweeling altijd tussen wal en schip. Tips voor eenlingen werken vaak niet voor meerlingen en andersom. Het is echt een vak apart.

Werkelijk geen vrouw op de wereld zal zeggen dat het ouderschap een peulenschil is.

Maar een tweeling opvoeden is toch echt een dubbele uitdaging. En daar ga ik de komende periode over schrijven. Hoe mijn tweeling op hun eigen manier functioneert in ons grote gezin. Opvoeden van kinderen gaat nou eenmaal met vallen en opstaan. En iedere keer ben je weer een ervaring rijker. Opvoeden van een tweeling verschilt daar inderdaad niet van. Je valt gewoon twee keer achter elkaar, dubbel zo hard.

Als ik tegenwoordig een tweelingmoeder tegen kom dan knik ik, stil maar veelzeggend tegelijk, zoals motorrijders hun rechterlaars laten zakken wanneer ze andere motorrijders zien.  Meerlingouders zijn namelijk allemaal kameraden en in stilte met elkaar verbonden. En vaak gewoon hele leuke, normale mensen.

vind je het leuk ons als gezin te volgen? https://www.instagram.com/mammavanzeven

Slide background

Mis niets!

Schrijf je in op de nieuwsbrief en ontvang alle nieuwe blogs

Eens in de twee weken komt er een nieuw verhaal over het leven en overleven met onze drieling. Met een lach, een traan en de nodige humor.

SIENTJE

Tess, Janne en Pip

Zwanger van 3 meisjes! Lees op deze website alles over het leven van een drielingmoeder.